Notre évêque nous parle

Tous les éditos > 850 jaar van de dood van Sint Gerlachus (05/01/2015)


850 jaar van de dood van Sint Gerlachus


Maandag 5 januari 2015


Homelie


Jean-Pierre Delville, bisschop van Luik


 


 


Beste broers en zussen,


 


 


Het is een grote vreugde voor mij hier met u het feest van de heilige Gerlachus te mogen vieren. Hij is op 5 januari 1165 gestorven, in geur van heiligheid, hier in Houthem, toen deze plaats nog deel uitmaakte van het bisdom Luik; ik ben dus vereerd als bisschop van Luik te kunnen deelnemen aan het feest van de Heilige Gerlachus en mee zijn heiligheid te kunnen vieren.


U hebt als thema voor deze dag gekozen: « St. Gerlachus: een heilige Gods in ons midden ». Dit betekent dat hij nog steeds aanwezig is, in ons leven, en in ons denken.


 


Bij het lezen van zijn levensverhaal, werd ik getroffen door zijn leven als bekeerling in het hart van het dorp. Hij die aanvankelijke het leven leefde van een ridder en echtgenoot, werd zwaar getroffen door het overlijden van zijn echtgenote. Het was een zware schok voor hem, een diepe wonde, en dit zal leiden tot een volledige ommekeer in zijn bestaan. Hij beslist om zijn leven te gaan wijden aan wat echt belangrijk is: hij gaat op bedevaart naar Rome, en de paus raadt hem aan om gedurende 7 jaar in Jeruzalem de armen te gaan dienen. Dit is begrijpelijk. Het betrof hier immers paus Eugenius de 3e die aan Bernardus van Clervaux had gevraagd de 2e kruistocht te prediken. In 1151, wanneer Gerlachus aankomt in Jeruzalem, is de situatie kritiek. De 2e kruistocht was een mislukking, en Jeruzalem kon alle hulp gebruiken. Ter plaatse aangekomen, bekommert Gerlachus zich om de zieken, en verzorgt hij de varkens van het klooster van de orde van St. Jan. Hij ontdekt de plaatsen waar Jezus heeft geleefd, waar hij gestorven is en begraven werd. Hij ziet het Heilige Graf, en de plaats waar Jezus verrezen is. De christelijke koningen vechten onderling en in 1154 wordt de stad Jeruzalem overgedragen aan Nur ad-Din, de grote moslimbevelhebber en emir van Aleppo. Gerlachus blijft zijn dienst in Jeruzalem verderzetten, ook onder het beleid van de moslims.


Wanneer hij in 1158 terugkeert naar Rome, wordt hij ontvangen door paus Adrianus IV, die hem een brief meegeeft waarin hij hem opdraagt verder te leven als kluizenaar in Houthem. Hij keert dus terug naar zijn dorp, en leeft daar als kluizenaar. Hij vestigt zich in een holle eik; hij leeft zeer eenvoudig en stelt zich ten dienste van de armen; hij houdt er een zeer religieuze levenswijze op na, en gaat regelmatig op bedevaart naar Aken en Maastricht.


Hij krijgt regelmatig kritiek op zijn originele levenswijze, en de bisschop van Luik neemt hem in bescherming. Het betreft hier hoogstwaarschijnlijk Henri de Léez († 1164) (of zijn opvolger Alexander d’Oeren, † 1167) of een hulpbisschop.


Deze man, die temidden van de dorpelingen leefde, kon dus getuigen van een zeer opmerkelijk leven: Hij heeft 2 pausen ontmoet, heeft in Jeruzalem geleefd, dichtbij de moslims, hij heeft zijn leven ten dienste gesteld van de armen, en heeft het graf van Christus gezien. Wat een getuigenis, in dit kleine dorp dat de meeste bewoners nooit verlieten. Wat een verrijking voor de mensen van Houthem die hem kwamen opzoeken. Het was waarlijk « een heilige Gods in ons midden »! In de eenvoud van zijn leven heeft Gerlachus een radicale keuze gemaakt, om zijn leven rond God op te bouwen, en tot allen te spreken over het Woord van God en de wereld. Hij heeft de belofte van Jezus aan zijn leerlingen gehoord: En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven (Mt 19,29).


Ook vandaag zijn de mensen niet gevrijwaard van een verlies, een zware schok zoals Gerlachus bij het verlies van zijn echtgenote. Ieder van ons heeft wel een moment beleefd van lijden, van moeilijkheid. Gerlachus heeft zijn hoofd niet laten hangen. Hij heeft zijn leven veranderd; hij is niet bij de pakken blijven zitten, maar is op bedevaart vertrokken, en zo heeft hij een nieuwe roeping gevonden voor zijn leven. Zo ook wij, als wij moeilijkheden tegenkomen, worden uitgenodigd om te luisteren naar het woord van God en ons te laten leiden om zo ons leven te veranderen en dichter bij God en bij onze broers en zussen te komen.


Gerlachus bleef trouw aan deze oproep et daarom werd hij beschouwd als «  een heilige Gods in ons midden »


Ook vandaan zijn er heiligen onder ons! Er zijn stemmen die ons uitnodigen, die oproepen tot bekering, die ons aanmoedigen te bidden, en die ons vragen de armen te dienen. Ik denk in het bijzonder aan de stem van onze paus Franciscus. Laat ons goed luisteren naar deze stemmen! Want de ziekte van onze maatschappij is enkel te luisteren naar de stemmen die roepen: denk eerst aan jezelf, aan je gezondheid, aan je werk. Maar de stem van Gerlachus weerklinkt nog: denk eerst aan de anderen! Denkaan God die je roept! Wat wil jij bereikenvoor deze wereld?


Aan het begin van een nieuw jaar, staan we open voor nieuwe projecten. Wij zijn hier op bedevaart willen komen, we willen ons leven laten beschermen door de heilige Gerlachus en de heer Jezus. Wij willen dat de heer ons verlicht en ons helpt. Laatons dus ons hart openen voor zijn woord. Wij zijn allen naar hier gekomen, op bedevaart. Zo vormen wij een nieuw volk, mensen die voor elkaar bidden. En ons gebed gaat ook uit naar zij die ons omringen, zij die wij graag zien, en vooral naar de zieken. Laat ons aandachtig zijn voor het lot van de christenen in het Midden-Oosten, en laat ons bidden voor de moslims, die het eerste slachtoffer zijn van het terrorisme. Zo zal het getuigenis en de heiligheid van Gerlachus ons en onze samenleving blijven inspireren!


Amen !


 


 



Accéder à tous les éditos